Startpagina
Publicaties
Deelnemers
Links
Contact
Project WebGroup
beperkt toegankelijk
|
Productie van CO2 - neutrale transportbrandstoffen en bio-plastics
uit biomassa.
Volgens de Kyoto akkoorden dient de CO2 - uitstoot in de
geïndustrialiseerde landen in 2010 met 5% te zijn verminderd ten opzichte van
het niveau van 1990. Op langere termijn is een reductie noodzakelijk met meer
dan 50%. Een belangrijke strategie daartoe is de grootschalige vervanging van
petrochemische transportbrandstoffen en producten door CO2 -
neutrale alternatieven geproduceerd uit biomassa. Grootschalige toepassing van
de fermentatieproducten bio-ethanol als hernieuwbare transportbrandstof en
melkzuur voor toepassing in hernieuwbare verpakkingsmaterialen (polymelkzuur)
kan hieraan een substantiële bijdrage leveren.
Gebruik van biomassa als grondstof voor bio-ethanol en melkzuur productie.
Bio-ethanol en melkzuur worden momenteel geproduceerd door fermentatie van
suikers uit agro-grondstoffen zoals maïs, suikerriet en suikerbieten. De
beperkte beschikbaarheid en de relatief hoge kosten van deze agro-grondstoffen
vormen de belangrijkste belemmeringen voor grootschalige toepassing van
bio-ethanol en melkzuur. Het gebruik van biomassa(rest)stromen als grondstof
kan de beschikbaarheid verhogen en tegelijkertijd de productiekosten verlagen.
Dit geldt met name bij gebruik van ruim beschikbare en goedkope reststromen uit
land- en tuinbouw en de agro-industrie, reststromen uit de bosbouw, en
afvalstromen zoals bermgras en GFT. Deze biomassastromen bestaan voornamelijk
uit lignocellulose, een complexe structuur van de suikerpolymeren cellulose,
hemi-cellulose en lignine. De cellulose en hemi-cellulose fracties kunnen
dienen als bron van fermenteerbare suikers voor ethanol of melkzuurproductie.
Hiertoe dienen de suikers op een economisch en ecologisch verantwoorde wijze te
worden vrijgemaakt uit de complexe biomassagrondstof met behulp van
fysisch/chemische en enzymatische technieken. In de aansluitende fermentatie
dienen de aanwezige suikers met hoog rendement te worden omgezet in ethanol of
melkzuur. Residuen uit het proces, voornamelijk lignine, kunnen worden benut
voor het opwekken van elektriciteit en warmte voor het productieproces en de
levering van surplus 'groene' stroom aan het net. Bio-ethanol kan worden
toegepast in "blends" met fossiele transportbrandstoffen. Melkzuur kan dienen
als grondstof voor poly-melkzuur ter vervanging van petrochemische
verpakkingsmaterialen zoals PET.
Technologie-ontwikkeling
Het gebruik van lignocellulose als bron van suikers voor fermentatieve
processen vereist nog aanzienlijke techniekontwikkeling. De internationale
R&D gedurende de afgelopen 20 jaar heeft vooralsnog geen industrieel
toepasbare technologie opgeleverd. In 2002 is een project gestart met
ondersteuning van het Programma Economie, Ecologie en
Technologie (E.E.T.) dat beoogt nieuwe technologie te ontwikkelen voor
het gebruik van biomassa(rest)stromen als grondstof voor de productie van
bio-ethanol en melkzuur. Het project is een samenwerking van de bedrijven
Purac biochem B.V., Koninklijke Nedalco
B.V. en Shell Global Solutions International
B.V. en de R&D instellingen ECN,
Agrotechnology & Food Innovations B.V.,
Wageningen Universiteit, TNO-Milieu,
Energie en Procesinnovatie en TNO
Voeding. Voor zowel de productie van bio-ethanol als die van melkzuur
is het produceren van suikers uit biomassa in een geschikte vorm voor
fermentatie de belangrijkste uitdaging. Hierbij dient te worden gestreefd naar
een integrale optimalisatie van het gehele traject van grondstof t/m
fermentatie. De belangrijkste R&D thema's in dit E.E.T. project zijn:
-
Fysisch/chemische voorbehandeling ter ontsluiting van (hemi)cellulose uit de
lignocellulose matrix.
-
Optimalisatie van het vrijmaken van suikers uit (hemi)cellulose via
enzymatische hydrolyse met behulp van beschikbare industriële enzympreparaten.
-
Toepassing van lignocellulose hydrolysaten voor ethanol en melkzuurfermentatie.
Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn het voorkomen van vorming van remmende
nevenproducten en de fermentatie van C5-suikers uit de hemi-cellulose fractie.
-
Elektriciteits-en warmteproductie uit reststromen van het proces. Optimale
energie-integratie en reductie van het waterverbruik vormen hierbij belangrijke
aandachtspunten.
-
Toepassing van bio-ethanol in "blends" met fossiele brandstoffen.
Economie en ecologie.
In de Europese Unie is recent het 'Concept Biofuels Directive' van kracht
geworden. Hierin wordt EU beleid geformuleerd voor de vervanging van fossiele
transportbrandstoffen door biobrandstoffen. De doelstelling is een vervanging
van 2% in 2005, 5,75% in 2010 en 8% in 2020. Als in 25% van de EU doelstelling
voor 2020 zou worden voorzien door bio-ethanol betekent dit een extra
marktvolume van ca. 2.500 Miljoen Euro/jaar en een jaarlijkse CO2 reductie
van 18 Miljoen ton. De vervanging van petrochemische verpakkingsmaterialen
(zoals PET) en andere chemicaliën (o.a. oplosmiddelen) door (poly)melkzuur kan
op termijn een extra marktvolume opleveren van 760 Miljoen Euro/jaar en een CO2
reductie van 11 Miljoen ton/jaar.
|